Babaji en Cleopatra – een liefdessprookje over helende seksualiteit – hoofdstuk 1

Daar waar verleden en toekomst samenvallen in de overgave het nu, mag ik getuige zijn van een bijzonder verhaal over oorlog. De ontmoeting tussen Babaji en Cleopatra… Het begin van dit verhaal, dat nog lang niet af is, ontvouwde zich de afgelopen dagen in de ontmoeting en de genade van Liefde en Helende Seksualiteit.

Alles is donker om haar heen als ze zich ervan bewust wordt dat ze leeft. Er is geen gevoel meer in haar benen, ze kan ze simpelweg niet meer bewegen. Rondom haar aan elkaar geplakte opgezwollen oogleden zoemen vliegen als bijen op honing. Ze is te moe om ze weg te slaan. De zon verwarmt haar koude lichaam. Waar is ze? Hoe is het mogelijk dat ze nog leeft, nadat de soldaten haar als oud vuil hebben achtergelaten? Misbruikt, overweldigd en weggeworpen, er niet meer toe doend. Je mag sterven.

Ze probeert haar vingers te bewegen, haar kleine tengere kindervingers, maar al snel staakt ze haar pogingen. Het had niet mogen gebeuren. Ze is nog maar twaalf.

Ze kreunt vanuit een zinloos protest. Waarom is ze blijven leven? Ze was liever daar gebleven, aan de andere kant. Daar waar het donker en stil was en waar ze kon rusten in de leegte van het niets. Waarom is daar nu dan die zon? Ze voelt de warmte van de stralen op haar huid.

‘Je mag sterven.’ zegt de stem. ‘Maar je mag ook blijven leven. Zeg maar wat je wilt.’ Ze voelt zachte liefdevolle handen die haar benen zachtjes aanraken. Ze krimpt onwillekeurig ineen. ‘Je bent nu veilig. Je leven is heilig en je lichaam is een geschonden tempel. Ik ga je wonden wassen zodat je straks je besluit kunt nemen.’

Een besluit nemen? Wat bedoelt de man? Maar tijd om na te denken heeft ze niet als ze de natte doeken op haar huid voelt. Daar, net boven haar navel. Haar buik doet zeer van de vele schoppen die ze mocht ontvangen. Is het werkelijk voorbij? Ze hoort de man hijgen als hij probeert haar benen opzij te leggen. Ze kan haar benen niet meer bewegen. Alsof ze dood zijn. Was de rest ook maar dood.

Gespetter van water. Hij wast haar. Eerst haar voeten. De aanraking is doeltreffend en vanuit een zekerheid die haar in de war maakt. Alsof ze het waard is om verzorgd te worden. Zij? De harde stemmen van de soldaten zeiden haar hele andere dingen. Langzaam werkt hij naar boven. Dan dept hij heel zachtjes haar ogen met een natte doek. De liefdevolle aandacht waarmee hij haar gezicht aanraak verrast haar. Er glijdt een traan uit haar ooghoek.

‘Mamma?’

‘Het spijt me. Ik ben je moeder niet. Ik ben Babaji. Ik heb je gevonden in de sloot en meegenomen naar mijn hut. Ieder mens heeft recht op een waardig afscheid. Een afscheid van het leven, of een afscheid van de dood. Jij mag straks kiezen. Nu is het te vroeg. Je moet eerst aansterken en op krachten komen.’

Dan begint hij te neuriën. Heel zachtjes. De donkere klanken van zijn warme stem strelen haar zintuigen en zijn vingers beroeren de huid van haar wang. In gedachten sluit ze haar ogen die al zo lang gesloten zijn en dan, met een diepe zucht geeft ze zich over aan zijn liefdevolle aanrakingen.

Reacties

  1. Johannes Wolffensperger zegt:

    Je verhaal raakte me.
    Mooie stijl. Direct. Verrassend soms.
    Corrigeer nog dat enkele foutje…
    Groet, en veel schrijfplezier, Johannes

  2. Mooi geschreven zusje….als je dit zo leest wil ke meer weten

Laat wat van je horen

*